Lopen met een Lach

Risicofactoren voor heupblessures

Risicofactoren voor heupblessures bij recreatieve hardlopers

Heupblessures komen veel voor bij recreatieve hardlopers. Pijn aan de zijkant van de heup, diep in de lies of rond het bekken wordt vaak toegeschreven aan “slijtage” of overbelasting door hardlopen. De wetenschap laat echter een ander beeld zien. Heupklachten ontstaan zelden door hardlopen op zich, maar vooral door een combinatie van spierfunctie, looptechniek, belastbaarheid en eerdere blessures.

Spierfunctie rond de heup en heupblessures

Een van de meest consistente risicofactoren voor heupklachten bij hardlopers is onvoldoende controle van de heup tijdens belasting. Vooral de heupabductoren, waaronder de gluteus medius, blijken belangrijk. Wanneer deze spieren relatief zwakker zijn ten opzichte van de adductoren, neemt het risico op overbelastingsblessures rond heup en knie toe.

Risiscofactoren voor heupblessures bij hardlopers www.lopenmeteenlach.nl

Daartegenover lijken goed functionerende heupbductoren juist een beschermend effect te hebben. Zij helpen het bovenbeen stabiel te houden tijdens de standfase van het lopen, waardoor krachten beter verdeeld worden over heup, knie en enkel. Veel heupblessures blijken uiteindelijk geen gewrichtsprobleem te zijn, maar een overbelasting van spieren, pezen of slijmbeurzen rond het heup- en bekkengebied. (Paluska (2005) (Jungmalm et al. (2020) (Moreira et al. (2024)

Hardlooptechniek en bewegingskwaliteit

Niet alleen spierkracht, maar vooral hoe die kracht tijdens het lopen wordt gebruikt, blijkt relevant. Bij recreatieve hardlopers, en met name bij vrouwen, is een toegenomen heupadductie tijdens de standfase een duidelijk aangetoonde risicofactor. Dit wordt vaak zichtbaar als het “inzakken” van het bekken (hipdrop) of het naar binnen bewegen van knie en bovenbeen.

Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een vertraagde maximale pronatie van de voet en grotere rotaties in heup en knie samenhangen met een hoger blessurerisico. Hogere verticale grondreactiekrachten laten slechts een zwakke relatie zien met heupklachten, wat benadrukt dat het niet alleen om impact gaat, maar vooral om controle en timing binnen de beweging. (Ceyssens et al. (2019) (Vannatta et al. (2020) (Jungmalm et al. (2020) (Dillon et al. (2023) (Hollander et al. (2020)

Geslacht en anatomische verschillen

Vrouwelijke hardlopers hebben aantoonbaar vaker heup- en liesklachten dan mannen. In verhouding vormen deze blessures bij vrouwen een groter deel van alle loopgerelateerde blessures. Systematische reviews laten zien dat dit niet alleen te maken heeft met trainingsbelasting, maar ook met verschillen in anatomie en bewegingsstrategie.

Met name een grotere mate van heupadductie tijdens het lopen wordt bij vrouwen vaker als risicofactor gevonden. Dat betekent niet dat heupklachten “onvermijdelijk” zijn, maar wel dat gerichte aandacht voor bewegingskwaliteit en belastbaarheid cruciaal is.(Hollander et al. (2020) (Ross et al. (2021) (Vannatta et al. (2020)

Trainingsbelasting en eerdere blessures

Een van de sterkste voorspellers voor nieuwe heupklachten is een eerdere blessure. Hardlopers die al eerder klachten hebben gehad, lopen aantoonbaar meer risico op terugkerende of nieuwe blessures. Dit geldt niet alleen voor de heup, maar voor loopblessures in het algemeen.

Ook factoren zoals een hogere BMI en een hogere totale trainingsomvang hangen samen met een verhoogd blessurerisico. Deze factoren werken zelden geïsoleerd, maar versterken elkaar wanneer herstel, variatie en belastbaarheid onvoldoende zijn afgestemd. Paluska (2005) (Messier et al. (2018) (Dallinga et al. (2019) (Mousavi et al. (2021) (Stenerson et al. (2023)

Hardlopen veroorzaakt geen versnelde heupartrose

Een hardnekkige angst onder recreatieve hardlopers is dat hardlopen het heupgewricht “slijt”. Grote studies en meta-analyses laten juist het tegenovergestelde zien. Recreatieve hardlopers hebben geen verhoogd risico op heupartrose en zelfs vaak minder artrose dan niet-lopers of competitieve topatleten.

Heupklachten bij hardlopers zijn dus zelden het gevolg van structurele schade aan het gewricht, maar vooral van een mismatch tussen belasting en belastbaarheid. (Alentorn-Geli et al. (2017) (Ponzio et al. (2018) (Hartwell et al. (2023) (Horga et al. (2021)

Risicofactoren voor heupblessures

Heupblessures bij recreatieve hardlopers ontstaan niet door hardlopen zelf, maar door een samenspel van verminderde heupcontrole, ongunstige hardlooptechniek, eerdere blessures en trainingsbelasting. Vooral bij vrouwen spelen bewegingskwaliteit en spierfunctie rond heup en bekken een belangrijke rol.

Gerichte aandacht voor heup- en bekkenfunctie, loopanalyse en een doordachte opbouw van belasting is daarom essentieel om heupklachten te voorkomen of duurzaam op te lossen. Wil je aan de slag met het versterken van de spieren rondom je bekken? Neem dan contact op met de onderstaande knop:

Lees ook deze blogs:

Mobiele versie afsluiten