Achillespeesklachten zijn één van de meest voorkomende hardloopblessures. De klacht zit zelden “alleen in de pees”: het gaat meestal om een optelsom van belastbaarheid, herstel en herhaalde mechanische belasting. Toch zoeken veel hardlopers de oplossing vooral in één knop: “mijn voetlanding veranderen”. Een grote studie laat nu zien: Hoe voorspel je achillespeesklachten.
In deze blog leg ik uit wat dit nieuwe onderzoek van (Jandacka et al., 2025) precies deed, wat ze vonden, en hoe je die inzichten praktisch kunt gebruiken in training en gait-screening.

Waarom dit onderzoek belangrijk is
Veel biomechanische studies naar achillespeesklachten zijn cross-sectioneel: ze vergelijken lopers mét en zonder klachten op één moment. Dan is het lastig te weten of een looppatroon een oorzaak is, of juist een aanpassing aan pijn. Deze studie koos daarom voor een prospectieve aanpak: eerst meten, dan één jaar volgen wie er echt een medisch bevestigde achilles-tendinopathie ontwikkelt.
Wat onderzochten ze precies?
De onderzoekers wilden weten of loop-biomechanica in de standfase (het deel van de pas waarop je voet op de grond staat) het ontstaan van achilles-tendinopathie kan voorspellen. Ze namen daarbij ook factoren mee die bijna altijd meespelen, zoals leeftijd, geslacht en vooral loopvolume.
Methode in begrijpelijke taal
Ze onderzochten 911 volwassenen, zowel lopers als niet-hardlopers. Iedereen deed baselinemetingen in het lab, waaronder loopanalyse met motion capture en krachtplaten, en er werd een MRI gemaakt van de rechter achillespees. Daarna werden deelnemers één jaar gevolgd met een Fitbit en een wekelijkse blessurevragenlijst via een app. Bij verdenking op achilles-tendinopathie werd een orthopedische beoordeling geadviseerd, en alleen een artsdiagnose telde als “echte” case
Om de kans op vertekening zo klein mogelijk te maken, bouwden ze een hele strenge controlegroep: deelnemers met eerdere achillesproblemen of met achilles/voet/enkel/scheenbeenklachten zonder artsdiagnose werden uitgesloten.
Welke biomechanica?
Ze keken onder andere naar: enkelhoeken en enkelmomenten (zoals eversie/inversie en rotatie), kniehoeken en knie-momenten, heup-adductie, en de strike index (een maat voor voetlanding: meer hak/midvoet/voorvoet).
Hoe voorspel je achillespeesklachten?
1) Meer km per week = hoger risico
Loopvolume bleek een sterke voorspeller. Per toename van ongeveer 12,5 km/week stegen de kansen op achilles-tendinopathie duidelijk. Dit past bij het basisprincipe van tendinopathie: herhaalde belasting zonder voldoende herstel kan tot degeneratie, pijn en functieverlies leiden (Magnusson et al., 2010).
Praktisch vertaald: het is niet alleen “hoe hard” je loopt, maar vooral hoe structureel je pees week na week dezelfde (of steeds hogere) prikkel krijgt, zonder ruimte om te herstellen en sterker te worden.
2) Twee biomechanische signalen sprongen eruit
Dit is de kern van het onderzoek:
A. Externe rotatie tijdens standfase lijkt beschermend als die ‘voldoende’ is Dat wil zeggen: Minder piek externe rotatie van enkel/voet (dus minder “toe-out”/meer richting neutraal of toe-in) hing samen met een hogere kans op het ontstaan van achilles-tendinopathie.
B. Een hoger piek inversiemoment van de enkel was juist beschermend. Lopers die later achilles-tendinopathie ontwikkelden hadden gemiddeld een lagere piek enkel-inversiemoment. In het model was een hoger inversiemoment gekoppeld aan lagere odds op het ontstaan van klachten.
In gewone taal wijst dit erop dat de manier waarop je enkel in het frontale vlak belasting opvangt en stabiliseert, iets kan zeggen over hoe de totale belasting zich verdeelt in je onderbeen/voet-ankel complex. De achillespees krijgt vooral veel belasting via de kuitspieren in het sagittale vlak (plantairflexie), maar het lichaam absorbeert en verdeelt krachten altijd in meerdere vlakken tegelijk (Del Buono et al., 2013). Als die verdeling minder gunstig is, kan er relatief meer “trek” of stress op de pees terechtkomen.
3) Voetlanding was géén duidelijke voorspeller
Opvallend: de strike index en voetlandingstype (meer hak/midvoet/voorvoet) waren in deze prospectieve analyse geen sterke voorspellers van wie achillespeesklachten kreeg. Dat is belangrijk, omdat “verander je landing” vaak als standaardadvies wordt gegeven.
Dat betekent niet dat voetlanding nooit relevant is. Het betekent wél dat je het niet als universele preventie-knop moet zien. Als je het aanpast, moet je een goede reden hebben, én je moet de peesbelasting over weken/maanden opbouwen.
Wat kun je hiermee als hardloper?
1) Begin bij de grootste hefboom: belasting
Als je achillespees gevoelig is, is de eerste vraag niet “Is mijn hardlooptechniek goed?”, maar: “wat is mijn weekbelasting, en hoe snel is die gestegen?” Bouw volume en intensiteit op een manier die je pees kan bijbenen (Magnusson et al., 2010).
2) Gebruik gait-screening om te kijken naar verdeling, niet naar perfectie
In plaats van te streven naar één “ideale” techniek, is het slimmer om te screenen op signalen die in dit onderzoek samenhingen met later risico: heb je voldoende externe rotatie tijdens stance? Laat je enkel voldoende frontale controle zien onder load?
Dat zijn geen instructies om te forceren. Het zijn aanknopingspunten om te onderzoeken of jouw lichaam de belasting handig verdeelt. Met slimme krachttrainingstechnieken en werken met de aquabag, in combinatie met voetmobilisatie, kun je hier goed aan werken.
3) Meet je progressie
Check goed hoe je opbouw is en zorg dat je rustig opbouwt, met behulp van een coach die het snapt. Houd je klachten in de gaten en noteer deze ook in je Garmin. In combinatie met jouw trainingslog (km/week, intensiteit, heuvels, snelheid) krijg je grip op het belangrijkste: de relatie tussen belasting en reactie.
Waar let ik op als coach?
Ik monitor je loopvolume en demp de pieken, zorg dat capaciteit en belastbaarheid van kuit/pees systematisch wordt opgebouwd (Silbernagel et al., 2020), en dat je techniek niet gebruikt als “quick fix”, maar als individuele finetuning, zodat je weer lang lekker met een Lach kunt hardllopen.
Wil je weer hiermee aan de slag? Niet als quick- fix, maar als goed onderbouwd plan, zodat je hardloopblessure niet steeds terugkomt? Neem dan contact op, zodat we kennis kunnen maken. Na dat gesprek kun je besluiten of je minimaal 3 maanden wilt werken aan duurzame verandering.