Lopen met een Lach

Armzwaai tijdens hardlopen

Waarom je armzwaai tijdens het hardlopen veel belangrijker is dan je denkt… Als je dacht dat de hardlooptechniek alleen gaat over voetlanding, cadans of ademhaling, dan heb je het mis! Want wist je dat ook je armzwaai een grote invloed heeft op je loopefficiëntie, spieractivatie en zelfs blessurepreventie?

Tijdens het hardlopen beweegt je rechterarm naar voren terwijl je linkerbeen dat ook doet, en omgekeerd. Deze zogenaamde reciproke beweging is geen toeval: het is een complex samenspel tussen spieren, zenuwen en fascia. In deze blog ontdek je wat die beweging precies doet – en waarom je hem zeker niet moet negeren.

armzwaai www.lopenmeteenlach.nl

Wat is een reciproke beweging?

De term reciproke betekent: elkaar afwisselend. Bij hardlopen betekent dit dat je arm- en beenzwaai elkaar kruisen. Dus: rechterarm naar voren = linkerbeen naar voren. Dat lijkt logisch, maar is biomechanisch briljant. Deze coördinatie is deels automatisch geregeld in je ruggenmerg via Central Pattern Generators (CPG’s).

Central Pattern Generators (CPG’s): je automatische loopritme

Central Pattern Generators zijn gespecialiseerde netwerken van neuronen in het ruggenmerg die ritmische, herhaalde bewegingen mogelijk maken – zoals lopen – zonder dat je erover na hoeft te denken of voortdurend signalen vanuit de hersenen of zintuigen nodig hebt. Tijdens hardlopen zorgen CPG’s voor de basistiming van flexie- en extensiecycli in armen en benen, waarbij een vaste cadans ontstaat die vloeiend en energiezuinig is. (Minassian et al., 2017) Ze zijn zelfs in staat deze ritmische patronen te behouden als ze geïsoleerd van hogere hersenactiviteit functioneren (MacKay-Lyons 2022)

Bij mensen zijn CPG’s aangetoond door casestudies waar, zelfs na ernstige ruggenmergletsels, ritmische beenbewegingen optraden zodra de romp in een bepaalde positie werd gebracht of via elektrische stimulatie werd geactiveerd . Kort gezegd: CPG’s zijn de onbewuste dirigenten van je loopritme – ze coördineren arm- en beenzwaai met minimale bewuste inspanning en optimaliseren samen met sensorische feedback je bewegings-efficiëntie. Maar dat systeem is pas echt krachtig in combinatie met spierketens en fasciale verbindingen.

Neurologische en spieractiverende voordelen

De reciproke beweging zorgt voor een betere activatie van de diagonale spierketens, zoals de posterieure keten (latissimus dorsi ↔ gluteus maximus via de thoracolumbale fascia). Deze keten helpt je bij: Rompstabiliteit, Heupextensie en Rotatiecontrole. Hoe beter die diagonale ketens samenwerken, hoe efficiënter en stabieler je loopt. Bron: Myers, T. Anatomy Trains (Elsevier, 2014)

Fascia en veerkracht: je interne elastiek

Via de fascia zijn spieren met elkaar verbonden als een soort springveerstructuur. Denk aan de Spiral Line of Superficial Back Line, die energie van je bovenlichaam naar je benen doorgeven.

Gaat je arm voorbij een denkbeeldige rits? Dan zit er teveel rotatie in je armzwaai.

Wanneer je je arm krachtig naar achter zwaait, wordt de fascia aan de tegenoverliggende kant van je lichaam op spanning gebracht. Dit helpt je lichaam als een boog op te laden voor de volgende afzet. (Wilke and Kraus. 2018). Ik noem dit ook wel het “Salsa-effect”.

Bilspier- activatie via armzwaai

Een krachtige armzwaai stimuleert de bilspier aan de andere kant van je lichaam. Bijvoorbeeld: als je je rechterarm achter zwaait, wordt je linker latissimus dorsi actief, die via de fascia verbinding maakt met je linker gluteus maximus. Resultaat: Meer kracht in de afzet, Betere heupstabiliteit, Minder kans op “hip drop” of knie-instabiliteit. (Vleeming et al, 1995) Lees ook de blog over je grote teen en bilspier eens, hoe deze elkaar versterken.

Balans, energieverbruik en hardloopeconomie

Misschien het meest verrassend: je armzwaai bespaart energie. Onderzoek toont aan dat het zwaaien van je armen helpt om rotatie van je romp te dempen, waardoor je minder spierkracht nodig hebt om in balans te blijven. Dat scheelt energie – tot wel 13%! (Pontzer et al., 2009)

Hoe ziet een efficiënte armzwaai eruit?

Volgens biomechanisch onderzoek is de ideale armzwaai tijdens het hardlopen compact, ritmisch en in balans met de contralaterale beenbeweging. Je armen bewegen voornamelijk in het sagittale vlak (voor-achter), met een lichte buiging in de elleboog (ongeveer 90–100°), en je ellebogen blijven dicht bij het lichaam. De beweging hoort actief maar ontspannen te zijn: je schouders blijven laag en neutraal, zonder opgetrokken of naar voren geduwd te worden (protractie).

Mijn lieve cliënte Ilse krijgt tegenwoordig stokjes mee van ongeveer 20 cm, waardoor ze een constraint krijgt in haar armzwaai. Teveel abductie? Dan komen de stokjes in haar perifere zicht en krijgt ze direct een prikkel om de armen naast haar te houden.

Wat als je armzwaai afwijkt?

Bij veel recreatieve lopers en HYROX– atleten zie je:

Een compacte, goed afgestemde armzwaai vermindert de belasting op de wervelkolom, bevordert een goede ademhaling (door ruimte in de borstkas) en draagt bij aan blessurepreventie bij zowel boven- als onderlichaam. (Novacheck, 1998)

Een goed gerichte en getimde armzwaai is geen bijzaak: het is een fundamenteel onderdeel van een efficiënte en krachtige looptechniek. De reciproke beweging verbindt je boven- en onderlichaam, maakt gebruik van fasciale voorspanning, activeert je bilspieren en helpt energie te besparen. Dus: laat je armen werken, train ze mee, en neem je looptechniek serieus van top tot teen.

Wil je zelf aan de slag met je hardlooptechniek en kracht? Neem dan contact op!

Mobiele versie afsluiten